Ah zo! Dus we hebben geen visie?


In de gemeenteraad van december maken we ieder jaar hetzelfde tafereel mee. De meerderheid stelt haar gewijzigde beleidsplan en haar gewijzigde begroting voor, verdedigt deze, en zegt dat ze goed bezig is. De oppositie wijst op de zwakke plekken, valt deze aan en zegt dat de meerderheid niet goed bezig is. Daarna gaat iedereen op café, doet de discussie nog eens dunnetjes over en de besten trekken er hun conclusies uit.

Dit jaar is een coronajaar en kunnen we dus na de (digitale) gemeenteraad niet samen op café gaan. Daarom mijn samenvatting aan deze digitale toog.

Eerste conclusie: ik ben ongelooflijk trots op Dirk Rasschaert, schepen van financiën voor De Coöperatie. Hij gaf met al zijn kunde, inzicht en ervaring een ongelooflijk helder overzicht van de financiën. Niet alleen de sterke punten, maar ook de minpunten, de bedreigingen en de kansen. Een evenwichtige uiteenzetting waarin hij de zwakkere punten en de voorafgaande bedenkingen niet schuwde. Voor mij een zeer volwassen manier van politiek bedrijven. Iedereen - vriend en vijand, meerderheid en oppositie – gaat hem missen, wanneer hij er binnenkort niet meer bij is in de gemeenteraad.


Voorafgaande kritiek: de meerderheid is eigenlijk een minderheid


De oppositie legt sterk de nadruk op het feit dat de huidige meerderheid – sinds het vertrek van Groen – slechts 40,3% van de stemmen vertegenwoordigt. Enkele bedenkingen: • Blijkbaar tellen de stemmen van de onafhankelijke schepen – die deel uitmaakt van de meerderheid – niet mee. • Donald Trump had in 2016 minder stemmen dan Hillary Clinton en werd toch president. • Frank Vandenbroucke had geen stemmen en werd toch minister. • Zo zit onze staatsstructuur nu eenmaal in elkaar. Deze meerderheid heeft 13 van de 25 zetels in de gemeenteraad, en dat is het enige wat telt. Spreken over percenten is naast de kwestie. • Deze meerderheid is misschien verkozen door een minderheid van de stemgerechtigden, maar we zijn er voor alle Ledenaars: voor diegenen die op andere partijen stemden, maar ook voor de niet-stemgerechtigden (te jong, te buitenlands, …) of de thuisblijvers (geen goesting, schrik, te arm, …). Dat is wat een meerderheid doet: zich inspannen voor alle Ledenaars.


Inhoudelijke kritiek: de meerderheid heeft geen visie en maakt geen keuzes.


Harde kritiek maar onterecht.

1) Het beleidsplan is een dynamisch plan.

Een beleidsplan kan wijzigen. Hoe graag sommigen De Coöperatie ook in een extreemlinkse hoek duwen, wij zijn realisten. Wij maken geen 5-jarenplannen die we vervolgens uitvoeren met de oogkleppen op. Ik wil hier enkele zaken opnoemen die we moesten integreren in het meerjarenplan:

  • Het Putbosstadion. Bij de uitwerking van het meerjarenplan was er nog geen spraken van dat de Vlaamse Overheid het centrum van Sport Vlaanderen in Oordegem wilde afstoten.

  • Brede school: de mogelijkheid om de site van het oude rusthuis om te bouwen tot een site voor kinderopvang, kleuteronderwijs en kunstacademie was er nog niet, bij het uitwerken van het beleidsplan.

  • De kunstacademie: de kunstacademie groeit, vooral voor de afdeling beeldende is meer ruimte nodig dan voorzien.

  • Corona: corona heeft thuiswerken in veel sectoren een nieuwe dimensie gegeven, ook bij het gemeentepersoneel. Misschien hebben we daarom wel minder ruimte nodig, dan voorzien in het eerste masterplan.

Rekening houden met deze nieuwe omstandigheden getuigt van volwassenheid en heeft niks te maken met een gebrek aan visie.

2) Het masterplan als monster van Loch Ness

De laatste 3 punten hebben een enorme invloed op de plannen voor een nieuw gemeentehuis. Ik sta volledig achter het idee om dit plan voorlopig in de ijskast te steken, tot we een duidelijk zicht hebben op de vernieuwde noden voor het personeel in een tijd na corona.

3) Bouw van sociale woningen

Lede bungelt troosteloos aan de staart van de Vlaamse gemeentes wanneer het aankomt op het aanbieden van sociale woningen. De Vlaamse overheid heeft daar een richtcijfer voor: het bindend sociaal objectief (BSO). Wij halen dat cijfer al jaren niet. Deze meerderheid wil daar iets aan doen en zette een aantal plannen in gang om dit objectief te bereiken. Betaalbare woningen zijn een absolute must in de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting. Wat mij betreft mag het aantal sociale woningen dan ook – net zoals bij de slager – gerust een beetje meer zijn dan het bindend sociaal objectief. Dat is geen gebrek aan visie, maar een politieke keuze.

4) Meer kinderopvang in Lede

Cijfers tonen aan dat de kinderopvang in Wanzele en Oordegem momenteel groot genoeg is. In Lede zitten we met een tekort. Mensen kunnen soms niet gaan werken, en zo hun inkomen opkrikken, omdat er geen betaalbare kinderopvang is. Willen we mensen gelijke kansen geven in de maatschappij, dan is betaalbare kinderopvang voor wie dat nodig heeft een must. Het plan om op de site van het oude rusthuis een nieuwe site te maken voor (voldoende) kinderopvang, een kleuterschool en de kunstacademie op een boogscheut van het park, het centrum, het station en de lagere scholen is gewoon een goed plan en een verstandige politieke keuze.

5) Sociale seniorenflats in het markizaat

Een heikel punt. Waarom moeten die sociale seniorenflats in de groene long. Ik begrijp de discussie, maar ben toch soms verbaasd. Ik ken niemand die problemen heeft met het woon-zorgcentrum zelf in de groene long. Dat staat daar prima. Ik vind het niet meer dan normaal dat een gemeenschap haar senioren een deftig woon-zorgcentrum in een deftige omgeving aanbiedt. Liever in het groen, dan langs een drukke straat. Het is ook belangrijk – en dat om allerlei organisatorische redenen - dat woon-zorgcentrum en sociale seniorenflats bij elkaar in de buurt liggen. Ik weet dat er oorspronkelijk plannen waren om assistentiewoningen op de site van het oude rusthuis te zetten, maar ik vind de combinatie van beide nieuwe plannen: brede school op de site van het oude rusthuis en sociale seniorenflats in het domein van Mesen een evenwichtige combinatie.

6) Personeelskosten

Deze meerderheid heeft een reorganisatie van het personeel doorgevoerd. Een inderdaad kostelijke onderneming die, onder andere door corona, haar nut nog niet optimaal heeft bewezen. Wij verlangen als burger veel van het gemeentepersoneel. Terecht. Maar daarvoor moet je wel de omstandigheden creëren. Het gemeentepersoneel is er om iedere Ledenaar te helpen. Ook diegene die moeilijker de weg naar het gemeentehuis of op het wereldwijde web vindt. Die mensen kan je help met bakstenen (sociale woningen) en met informatica (de laptops van Ben Weyts, een deftige gemeentelijke website), maar je kunt mensen niet helpen zonder personeel. Noem het een linkse keuze om te investeren in mensen die voor hun medemensen zorgen, maar het is een politieke keuze.

Om te eindigen wil ik terugkeren naar de manier waarop schepen Dirk Rasschaert de financiële keuzes verduidelijkte. Iedereen binnen de meerderheid is zich bewust van het verschil tussen investeren in een baksteen en investeren in een mens. Een euro die je investeert in gebouwen is weg, maar wordt vervangen door een hoop bakstenen met waarde. Je verliest uiteindelijk niks. Investeren in mensen is euro na euro betalen, maand na maand, jaar na jaar. De return tijdens deze periode is de inspanning die het personeelslid levert, maar na afloop is het geld weg.

De bezorgdheid van de oppositie over deze investeringen begrijp ik zeer goed. Tegelijk vertrouw ik erop dat wij ook de komende jaren deze investeringen nauw zullen opvolgen.


Afsluitende kritiek: waar blijven de antwoorden?


Een laatste punt van kritiek ging over het gebrek aan antwoorden op gestelde vragen. Ik hoop dat ik met deze tekst aan die kritiek tegemoet kom. En ik hoop vooral dat we deze discussie binnenkort na een gemeenteraad weer aan een echte toog kunnen voeren. Met mensen van de meerderheid, oppositieleden en al de andere politiek geïnteresseerden.

foto: Jade Verdonck

7 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven